
Op deze pagina
Een SG Ready-warmtepomp heeft twee digitale ingangen, SG1 en SG2, waarmee een energiemanager of de netbeheerder het gedrag van de warmtepomp stuurt. De combinatie van die twee contacten kiest een toestand: verbruik begrenzen, normaal draaien of versterkt draaien om stroom als warmte op te slaan. Sinds 1 mei 2025 geldt interface 1.1 van de Bundesverband Wärmepumpe (BWP) en kent een warmtepomp voor ruimteverwarming drie toestanden in plaats van vier. Oudere warmtepompen en veel handleidingen werken nog met vier.
Wie een warmtepomp op een energiemanager aansluit of via Modbus aanstuurt, moet die versie kennen, want toestand 4 doet onder 1.1 iets anders.
SG1 en SG2 kiezen samen de toestand van de warmtepomp
Smart Grid Ready is een label van de BWP voor warmtepompen met een vastgelegde ingang voor laststuring. De BWP noemt twee gebruikers in de Technische Schnittstellenbeschreibung 1.1: de netbeheerder, die het verbruik wil afremmen, en de eigenaar, die meer eigen zonnestroom wil gebruiken.
Elke ingang is open (0) of gesloten (1). Twee ingangen geven vier combinaties. De tabel laat zien wat elke combinatie betekent onder de oude en de nieuwe interface.
| SG1 | SG2 | Interface 1.0 (sinds 2013) | Interface 1.1 (sinds mei 2025) |
|---|---|---|---|
| 0 | 0 | 2: normaal | 2: normaal |
| 0 | 1 | 3: versterkt, een aanbeveling om te starten | 3: versterkt |
| 1 | 0 | 1: blokkade, hooguit twee uur | 1: verbruik begrenzen |
| 1 | 1 | 4: definitief startcommando | 1: verbruik begrenzen |
Bron: BWP, Technische Schnittstellenbeschreibung 1.0 en 1.1.
Toestand 3 betekent dat de warmtepomp de streeftemperatuur voor verwarming of warm water in het buffervat of de boiler verhoogt. Het overschot aan stroom zit daarna als warmte in het water. Fabrikanten gebruiken soms eigen namen. NIBE noemt de vier standen Cut off, Standard, Encouraged en Ordered. De BWP staat dat toe, zolang de handleiding naar SG1 en SG2 verwijst.
Interface 1.1 schrapt toestand 4 en maakt van toestand 1 een vermogensgrens
Onder interface 1.1 heeft SG1 voorrang: is SG1 gesloten, dan geldt toestand 1, wat SG2 ook doet. Het definitieve startcommando van toestand 4 bestaat voor ruimteverwarming niet meer. Een energiemanager die beide contacten sluit, zet zo'n warmtepomp in toestand 1.
Onder 1.1 heeft SG1 voorrang: is SG1 gesloten, dan geldt toestand 1, wat SG2 ook doet.
Toestand 1 was een harde blokkade van hooguit twee uur, bedoeld voor de oude sperrtijden van Duitse energiebedrijven. Nu begrenst hij het opgenomen vermogen, zonder tijdslimiet. De fabrikant kiest een van drie varianten: 0 kW, een vaste waarde van de fabrikant, of een waarde die de installateur bij de installatie instelt. Die laatste instelling mag alleen voor vakmensen bereikbaar zijn.
De BWP raadt aan de Duitse regel uit § 14a EnWG te volgen. Die geeft 4,2 kW bij een netaansluitvermogen tot 11 kW, en daarboven 40 % van het netaansluitvermogen. De warmtepomp mag een gevraagde toestand ook overslaan als dat nodig is voor veilig bedrijf, en een ontdooicyclus eerst afmaken.
De overgang heeft een einddatum. Volgens de SG Ready-Novelle 2026 moeten labels met interface 1.0 voor 31 december 2026 naar 1.1. Anders verlengt de BWP ze vanaf 1 januari 2027 niet meer. Het label en de BWP-database tonen vanaf nu welke interfaceversie een model heeft.
De SG Ready-aansluiting op een energiemanager
Een energiemanager, omvormer of relaismodule schakelt SG1 en SG2 met twee aparte contacten, bijvoorbeeld een extern relais per ingang. De warmtepomp zelf meet alleen of de ingang gesloten is.
De stuurspanning op die contacten verschilt per merk. De BWP laat de fabrikant kiezen tussen 3 en 250 V, en die moet de waarde in de documentatie zetten. Sommige installateursartikelen noemen 230 V als vaste eis. Dat klopt niet: 230 V komt voor, maar de norm staat ook veel lagere spanningen toe. Een relais moet dus geschikt zijn voor de spanning die in de handleiding van de warmtepomp staat.
De fabrikant bepaalt de stuurspanning, ergens tussen 3 en 250 V. In de handleiding staat welke klem hem levert.
Gebruik per ingang een potentiaalvrij relaiscontact dat voor die spanning geschikt is.
Drie regels uit de BWP-specificatie gaan over het aansluiten zelf:
- Een energiemanager houdt toestand 1 en toestand 3 minstens 10 minuten vast en schakelt ze daarna minstens 10 minuten niet opnieuw in.
- Een kamerthermostaat mag de warmtepomp niet blokkeren op alleen de kamertemperatuur.
- Bij meerdere warmtepompen wijs je één toestel of regelaar aan die het gedrag van de hele groep regelt.
SMA laat zien hoe dat er in de meterkast uitziet. De Sunny Home Manager schakelt een SG Ready-warmtepomp via een Moxa E1214, een Modbus I/O-module met relaisuitgangen. Die module zit op een DIN-rail, krijgt een eigen voeding en een netwerkkabel naar de router. De configuratie doe je in Sunny Portal: je voegt de module toe als Modbus-apparaat en maakt een verbruiker aan. Zo beschrijft SMA Benelux de koppeling met de Sunny Home Manager.
SG Ready via Modbus: dezelfde toestanden als registers
Een deel van de warmtepompen accepteert de SG Ready-ingangen ook als Modbus-register. De Stiebel Eltron ISG is een goed gedocumenteerd voorbeeld: de Modbus TCP/IP-documentatie geeft de registers hieronder.
| Register | Type | Inhoud | Waarden |
|---|---|---|---|
| 4001 | holding register | SG Ready aan of uit | 0 uit, 1 aan |
| 4002 | holding register | SG Ready ingang 1 | 0 open, 1 gesloten |
| 4003 | holding register | SG Ready ingang 2 | 0 open, 1 gesloten |
| 5001 | input register | actuele toestand | 1 tot 4 |
Bron: Stiebel Eltron, Software-Dokumentation Modbus TCP/IP voor ISG web (321798-44755-9770). Standaard-IP-adres 192.168.0.126, poort 502, slave ID 1.
De ISG leest je met function code 03 en schrijft je met function code 06; register 5001 lees je met function code 04. Uitleg over die codes staat in Modbus function codes. Drie dingen gaan in de praktijk mis:
- Ingang 1 en 2 omgedraaid. De handleiding noteert de toestanden als "(Eingang 2/Eingang 1)". Toestand 3 is daar (0/1), dus ingang 1 gesloten. Wie dat als SG1/SG2 leest, zet de warmtepomp in toestand 1 in plaats van 3.
- Register 4001 vergeten. Zonder 4001 op 1 doen 4002 en 4003 niets.
- Eén adres verschoven. De ISG telt vanaf 1. Vul je 4002 in bij een Modbus-client die vanaf 0 telt, dan schrijf je naar ingang 2 in plaats van ingang 1. Hoe dat zit, staat in Modbus-registers uitgelegd.
Het grootste verschil met de contacten zit in de terugmelding. Over twee contacten stuurt de energiemanager alleen een opdracht; of de warmtepomp die uitvoert, hoort hij niet. Een warmtepomp mag een toestand ook overslaan. Over Modbus TCP lees je de werkelijke toestand terug.
De ISG volgt in register 5001 nog de vier toestanden van interface 1.0. Toestand 4 betekent daar dat de warmtepomp direct naar de maximale temperaturen voor verwarming en tapwater gaat. Andere merken gebruiken andere adressen, dus de registertabel van de fabrikant is altijd leidend. Voor Daikin staat een voorbeeld in Daikin-warmtepomp via Modbus uitlezen.
Zonnestroom in warmte steken nu salderen stopt
De salderingsregeling stopt per 1 januari 2027, meldt de Rijksoverheid. Tot 2030 moet de terugleververgoeding minstens 50 % van het kale leveringstarief zijn. Zonder salderingsregeling brengt stroom van de zonnepanelen die je terug levert minder op dan stroom die je niet hoeft in te kopen.
Toestand 3 is precies daarvoor gemaakt. Leveren de zonnepanelen meer dan het pand verbruikt, dan sluit de energiemanager SG2. De warmtepomp maakt dan extra warmte voor het buffervat of de boiler. Stiebel Eltron noemt als voorbeeld een drempel van 2 kW zonnestroom. Remeha meldt dat al zijn residentiële warmtepompen Smart Grid Ready zijn. Een warmtepompboiler kent volgens de BWP dezelfde toestand 3, met alleen een hogere boilertemperatuur.
Een SG Ready-signaal zegt niets over hoeveel vermogen er over is. Het is aan of uit. Wie het verbruik van de warmtepomp op het overschot wil afstemmen, heeft een energiemanager nodig die het vermogen meet en de drempel voor SG2 bepaalt. Platforms voor energiebeheer staan naast elkaar in Energiemonitoring-software vergeleken.
Veelgestelde vragen
Wat betekent SG Ready bij een warmtepomp?
Smart Grid Ready. Het is een label van de Duitse Bundesverband Wärmepumpe voor warmtepompen met twee vastgelegde ingangen, SG1 en SG2. Een energiemanager of de netbeheerder kiest daarmee een toestand: verbruik begrenzen, normaal draaien of versterkt draaien om zonnestroom als warmte op te slaan.
Hoeveel toestanden heeft een SG Ready-warmtepomp?
Drie, als de warmtepomp voor ruimteverwarming interface 1.1 volgt, die sinds 1 mei 2025 geldt: begrenzen, normaal en versterkt. Onder de oude interface 1.0 waren het er vier, met een definitief startcommando als vierde. Veel toestellen en handleidingen werken nog met vier, dus kijk welke versie het model heeft.
Hoe sluit ik een SG Ready-warmtepomp aan?
Met twee potentiaalvrije relaiscontacten van een energiemanager of relaismodule op de klemmen SG1 en SG2. De stuurspanning bepaalt de fabrikant, tussen 3 en 250 V, dus kies een relais dat voor die spanning geschikt is. Houd elke toestand minstens 10 minuten vast voordat je weer schakelt.
Staat er altijd 230 V op de SG Ready-contacten?
Nee. De BWP laat de fabrikant een stuurspanning tussen 3 en 250 V kiezen, en die staat in de handleiding. Sommige warmtepompen werken met 230 V, de norm staat ook lagere spanningen toe. Lees de waarde na voordat je een relais kiest, want een contact voor laagspanning is niet altijd geschikt voor 230 V.
Kan ik SG Ready via Modbus aansturen?
Ja, als de fabrikant de ingangen als register beschikbaar maakt. Bij de Stiebel Eltron ISG schrijf je holding registers 4002 en 4003 nadat register 4001 op 1 staat, en lees je de toestand uit input register 5001. Andere merken gebruiken andere adressen, dus de registertabel van de fabrikant is leidend.
Welke warmtepompen zijn SG Ready?
Veel Duitse en Nederlandse merken, waaronder NIBE, Stiebel Eltron en alle residentiële warmtepompen van Remeha. De BWP houdt een database bij van modellen met het label, en vanaf 2026 staat daarin ook welke interfaceversie een model ondersteunt. Kijk daar voordat je een warmtepomp aan een energiemanager koppelt.
Warmtepompen met Modbus uitlezen in ModbusCloud
De ModbusCloud Gateway leest een warmtepomp via Modbus RTU over RS485 of via Modbus TCP over het netwerk. Het portaal bewaart de historie per register 365 dagen. Een alarmregel met de conditie "verandering" op een toestandsregister meldt per e-mail, in het portaal of via een webhook wanneer de warmtepomp van toestand wisselt. Automatiseringen kunnen op de energieprijs een register schrijven; registers schrijven staat per gateway standaard uit en ModbusCloud zet het op aanvraag aan. Voor de NIBE S- en F-serie staat een template in de bibliotheek. Meer over warmtepompen en Modbus staat in Warmtepomp-monitoring via Modbus.












