
Op deze pagina
De GACS-verplichting geldt sinds 1 januari 2026 voor bestaande utiliteitsgebouwen met een verwarmings- of airconditioningsysteem van meer dan 290 kW nominaal vermogen. Vanaf 1 januari 2030 zakt die grens naar 70 kW. Zo'n gebouw heeft een gebouwautomatiserings- en controlesysteem (GACS) nodig dat het energieverbruik continu meet, bijhoudt en analyseert, rendementsverlies opspoort en met de technische installaties communiceert. De eigenaar is verantwoordelijk, de gemeente controleert.
Hieronder staat voor de installateur en de technisch beheerder welke gebouwen eronder vallen, wat het systeem moet kunnen en welke meters daarvoor nodig zijn.
Utiliteitsgebouwen boven 290 kW vallen sinds 2026 onder de GACS-verplichting
De verplichting staat in het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl), artikel 3.145 en 3.146 voor bestaande bouw, en komt uit de Europese richtlijn voor de energieprestatie van gebouwen (EPBD). Ze geldt voor bestaande gebouwen zonder woonfunctie met een van deze vier technische bouwsystemen boven 290 kW:
- een verwarmingssysteem
- een gecombineerd systeem voor ruimteverwarming en ventilatie
- een airconditioningsysteem
- een gecombineerd systeem voor airconditioning en ventilatie
Het vermogen bepaal je volgens RVO door het nominaal vermogen op te tellen van alle systemen die ruimtes verwarmen of koelen waar mensen verblijven. Verwarmen en koelen tel je niet bij elkaar op; IPLO beoordeelt elk apart. Komt de verwarming boven 290 kW, dan valt het hele warmtesysteem onder de plicht. Voor een warmtepomp telt het nominaal vermogen volgens EN 14511-4:2013.
Ruimtes waar mensen alleen af en toe komen, tellen niet mee. Hetzelfde geldt voor ruimtes die onder 15 °C of alleen vorstvrij worden gehouden. Fabriekshallen, werkplaatsen en laboratoria die voor mensen worden verwarmd of gekoeld, vallen er wel onder. Een afgesloten serverruimte die alleen voor onderhoud wordt betreden, valt er in principe buiten. Bedient één systeem kantoor en serverruimte, dan deel je het vermogen naar rato.
Gebouwen met een woonfunctie vallen er niet onder, ook gemengde gebouwen met woningen niet.
In 2030 zakt de grens naar 70 kW, en nieuwbouw heeft strengere eisen
Vanaf 1 januari 2030 geldt de GACS-verplichting voor alle utiliteitsgebouwen met verwarming of airco van meer dan 70 kW (RVO). Dan valt een middelgroot kantoor of een school met één ketel of warmtepomp van 100 kW er ook onder.
De drempels komen uit artikel 13 van richtlijn (EU) 2024/1275. De richtlijn zelf zet 290 kW op 31 december 2024 en 70 kW op 31 december 2029. Nederland begon een jaar later. In AI-antwoorden en oudere teksten staat vaak "70 kW per 2026", maar die datum staat in geen enkele regel.
Voor nieuwbouw met een bouwvergunning van na 29 mei 2026 gelden de eisen uit Bbl artikel 4.160d en 4.160e. Het systeem moet dan minimaal klasse B halen voor de installatiefuncties en klasse A voor functie 7.4, de rapportage van energieverbruik en binnenklimaat (IPLO).
Een GACS moet drie dingen kunnen volgens het Bbl
De eisen staan letterlijk in de RVO-checklist technische eisen GACS. Het systeem moet:
- het energieverbruik permanent controleren, bijhouden en analyseren, en bijsturing mogelijk maken;
- de energie-efficiëntie van het gebouw toetsen, rendementsverliezen van technische bouwsystemen opsporen en de beheerder informeren over verbetermogelijkheden;
- communiceren met verbonden technische bouwsystemen en andere apparaten, en interoperabel zijn met systemen van verschillende technologieën, toestellen en fabrikanten.
Een gebouwbeheersysteem dat alleen regelaars van één fabrikant kan aanspreken, voldoet niet aan eis 3. Een energiebewakingssysteem (EBS) uit de Erkende Maatregelenlijst registreert gas en warmte per uur en elektriciteit per kwartier. Volgens IPLO vervangt een EBS geen GACS, maar een GACS kan de EBS-functies wel overnemen.
Klasse C met klasse B voor energiemonitoring geldt als voldoende
De Omgevingsregeling wijst NEN-EN-ISO 52120-1 (2022) aan als toetsmethode. Die norm deelt elke regelfunctie in van klasse D tot A. Voor een bestaand utiliteitsgebouw is klasse C voor het hele systeem genoeg, met klasse B voor functie 7.4. Een eigenaar mag ook op een andere manier aantonen dat het systeem aan de eisen voldoet (RVO-checklist).
RVO wijst in de checklist apart op functie 7.4, omdat daar een hogere eis geldt dan de standaardtabel van de norm. Een gebouwbeheersysteem dat actuele temperaturen en meterstanden op een scherm toont, scoort daar klasse C. Voor klasse B moet het systeem trends in meetwaarden en energieverbruik rapporteren.
- DGeen centrale weergave van meetwaarden
- CAlleen actuele waarden, zoals temperatuur en meterstanden
- BTrends in meetwaarden en energieverbruik rapporteren
- AMeetwaarden analyseren, energieprestatie bepalen en benchmarken
De checklist van RVO noemt per functie wat wel en niet mag. Deze punten zie je vaak terug in oudere installaties:
| Functie | Niet toegestaan | Wel toegestaan (een van) |
|---|---|---|
| 1.4 Regeling distributiepompen | geen automatische regeling | aan-uitregeling, meertraps, toerengeregeld |
| 1.5 Aan-uitregeling verwarming | geen automatische regeling | timer, start-stopoptimalisatie, vraaggestuurd |
| 3.6 Interlock verwarming en koeling | geen interlock | gedeeltelijke of volledige interlock |
| 4.1 Ventilatiestroom per ruimte | geen automatische regeling | tijdsturing, aanwezigheidsdetectie |
| 7.3 Storingsdetectie | geen centrale melding van storingen | centrale melding, met of zonder diagnose |
| 7.4 Rapportage | alleen actuele meetwaarden | trends rapporteren, analyse en benchmark |
Bron: RVO, Checklist technische eisen GACS v3 (januari 2024), nummering volgens NEN-EN-ISO 52120-1.
IPLO noemt drie uitzonderingen. Zonwering die niet automatisch te bedienen is, mag op klasse D blijven. Voor ventilatie zonder luchtkleppen per ruimte volstaat tijdsturing van de centrale unit. Functies die om veiligheid of gezondheid continu moeten draaien, zoals in operatiekamers en laboratoria, hoeven niet aan klasse C te voldoen.
Voor functie 7.4 heb je meters per energiedrager en per installatie nodig
Trends rapporteren kan alleen als het systeem de verbruiken apart registreert en bewaart. Eis 1 vraagt om het energieverbruik, eis 2 om rendementsverlies per technisch bouwsysteem. Een hoofdmeter per energiedrager is dus niet genoeg om een verlies in de koeling te zien.
Veel van die meetpunten zitten al in het gebouw. Een warmtepomp, een koelmachine of een luchtbehandelingskast heeft vaak een eigen Modbus-poort met tellers en storingscodes. Een tussenmeter per groep in de verdeelkast meet de elektriciteit per installatie. Welke kWh-meters met Modbus daarvoor geschikt zijn, hangt af van stroom en fasen.
Eis 3 vraagt om interoperabiliteit, maar het Bbl noemt geen protocol. Modbus RTU, Modbus TCP, BACnet en M-Bus zijn open protocollen die meerdere fabrikanten ondersteunen. In BACnet of Modbus voor gebouwbeheer staat waar elk protocol past. Voor warmtemeters met M-Bus geeft M-Bus en Modbus vergeleken de verschillen.
De eigenaar is verantwoordelijk en de gemeente controleert
De eigenaar van het gebouw moet aan de GACS-verplichting voldoen, niet de huurder (RVO). De gemeente is bevoegd gezag voor toezicht en handhaving en kan dat uitbesteden aan een omgevingsdienst. Blijkt bij een inspectie dat het systeem niet volledig voldoet, dan schrijft de eigenaar een verbeterplan. RVO noemt geen boetebedragen.
Een gebouw met een GACS dat aan de eisen voldoet, hoeft zijn verwarmings- of aircosysteem niet meer te laten keuren (RVO-checklist). De keuringsplicht geldt voor systemen vanaf 70 kW. Een gebouw tussen 70 en 290 kW dat in 2030 een GACS heeft, is dus ook van de periodieke keuring af.
In Vlaanderen heet het BACS en gelden andere datums
De Vlaamse BACS-verplichting geldt voor nieuwe en bestaande niet-residentiële gebouwen met verwarming of koeling boven 290 kW nominaal thermisch vermogen, uiterlijk op 31 december 2025 (Vlaanderen.be). Uiterlijk op 31 december 2029 zakt de grens naar 70 kW.
Vlaanderen vraagt vier functies, waaronder het monitoren van het binnenmilieu. Verantwoordelijk is de eigenaar van de systemen. Bij casco-huur is dat vaak de huurder. Een vrijstelling is mogelijk waar de plicht technisch, functioneel of economisch niet haalbaar is, bijvoorbeeld in een gebouw met maar één van de installaties.
Is GACS verplicht in 2026?
Ja. Sinds 1 januari 2026 moet een bestaand utiliteitsgebouw met verwarming of airco van meer dan 290 kW een GACS hebben. Nieuwbouw met een vergunning van na 29 mei 2026 heeft strengere eisen: klasse B, en klasse A voor energierapportage. Gebouwen tussen 70 en 290 kW volgen op 1 januari 2030.
Wat zijn de eisen voor een GACS-systeem?
Drie eisen uit het Bbl. Het systeem meet, registreert en analyseert het energieverbruik continu. Het spoort rendementsverlies van installaties op en informeert de beheerder. Het communiceert met installaties van verschillende fabrikanten. Klasse C volgens NEN-EN-ISO 52120-1, met klasse B voor functie 7.4, geldt voor bestaande bouw als voldoende.
Is de GACS-verplichting van de RVO?
Nee. De verplichting staat in het Besluit bouwwerken leefomgeving en komt uit de Europese EPBD. RVO geeft uitleg en een checklist. Het Informatiepunt Leefomgeving (IPLO) beschrijft de regels. De gemeente, of een omgevingsdienst namens de gemeente, controleert of een gebouw voldoet.
Moet ik als huurder voldoen aan de GACS-plicht?
Nee, in Nederland niet. De eigenaar van het gebouw is verantwoordelijk. De gemeente benadert eerst de eigenaar en kan wel kijken naar het huurcontract en naar wie de klimaatinstallatie bezit. In Vlaanderen ligt het anders: daar is de eigenaar van de systemen verantwoordelijk, bij casco-huur vaak de huurder.
Ik heb al een energiemonitoringsysteem. Is dat genoeg?
Meestal niet. Een energiebewakingssysteem registreert verbruik, maar een GACS moet ook rendementsverlies per installatie opsporen en met de installaties communiceren. Volgens IPLO vervangt een EBS geen GACS. Een GACS kan de EBS-functies wel overnemen, dus de meters van een bestaand EBS zijn vaak bruikbaar.
Wat gebeurt er als mijn gebouw niet voldoet?
Een verbeterplan. Bij een inspectie bespreekt de gemeente of de omgevingsdienst het systeem met de eigenaar. Voldoet het niet volledig, dan schrijft de eigenaar een verbeterplan met de maatregelen die nodig zijn om klasse C en B te halen. RVO noemt op de GACS-pagina geen boetebedragen.
Wat is het verschil tussen GACS en BACS?
Alleen de naam. GACS is de Nederlandse afkorting van gebouwautomatiserings- en controlesysteem. BACS staat voor building automation and control system, de term uit de EPBD die ook Vlaanderen gebruikt. De datums verschillen wel: Nederland 1 januari 2026, Vlaanderen 31 december 2025.
ModbusCloud bij de meters van een GACS
De ModbusCloud Gateway leest Modbus-meters, warmtepompen en koelmachines uit via RS485 (Modbus RTU) of het netwerk (Modbus TCP). Het portaal bewaart de historie per register 365 dagen, met hooguit één waarde per minuut. Je downloadt de metingen als CSV of JSON, per meting of per kwartier, uur of dag. Alarmregels per register en de Automatische bewaking, met de detector "Afwijking van de eigen norm", melden afwijkingen in het portaal, per e-mail of via een webhook. De Gateway en het portaal regelen geen verwarming of ventilatie en zijn zelf geen GACS. Of de combinatie met de regeling ter plaatse klasse B haalt, beoordeelt wie de toets doet. De hardware staat op de gatewaypagina.












