
Mennekes AbstractMennekes
De Mennekes AbstractMennekes-template koppelt Mennekes AMTRON EV-laadpalen aan het ModbusCloud-portal via Modbus TCP. De template omvat de kerninterface voor energiebeheer: register 1000 wordt gebruikt om de actieve EMS-stroomlimiet uit te lezen en om een nieuwe stroomlimiet in te stellen, zodat een energiemanagementsysteem direct bepaalt hoeveel stroom de laadpaal aan het voertuig levert. Door dit registerpaar te monitoren, kun je als installateur controleren of laadmanagementopdrachten worden overgenomen en de laadstroom in de loop van de tijd bijhouden.
- Protocol
- Modbus TCP
- Aansluiting
- Ethernet, Modbus TCP
- Registers
- 2, lezen en schrijven
- Merk
- Mennekes
- Laatst bijgewerkt
Registers (2)
1 lezen, 1 schrijven
| Naam | Eenheid | Toegang | Adres (Verborgen tot je je e-mailadres invult) | Functie (verborgen) | Type (verborgen) |
|---|---|---|---|---|---|
| ems_current_limit | A | Lezen | |||
| set_current_limit | A | Schrijven |
Registers laden…
Stuur jouw apparatenlijst
Staat een apparaat niet in de bibliotheek, dan maken we de template gratis zodra we de registers hebben.
Gebruikstoepassingen
- Monitor de actieve EMS-stroomlimiet om te controleren of lastmanagementopdrachten direct worden toegepast.
- Schrijf een verlaagde stroomlimiet tijdens piekbelasting op het net om lokale groepsbeveiligingen te ontlasten.
- Vergelijk de uitgelezen stroomlimiet met de laatste ingestelde waarde om te bevestigen dat de laadpaal de opdracht heeft overgenomen.
- Stel een alert in als de stroomlimiet op nul blijft staan, als signaal voor een verloren EMS-verbinding of vastgelopen laadsessie.
- Houd wijzigingen in de stroomlimiet bij in de tijd om het dynamisch lastmanagement over meerdere laadpunten te audititen.
Installatie
Schakel de Modbus TCP-server in op de Mennekes AMTRON-laadpaal via het webinterface van het apparaat, onder de communicatie- of Modbus-instellingen. Voor HCC3-modellen (XTRA, PREMIUM) is minimaal firmwareversie 1.13 vereist.
Verbind de AMTRON-laadpaal met hetzelfde Ethernet-netwerk als de ModbusCloud Gateway, standaard poort 502. Gebruik unit-ID 255 voor HCC3-modellen; voor satelliet- of RTU-bridged units is unit-ID 50 gangbaar.
Voeg in het ModbusCloud-portal je Gateway toe, importeer daarna de Mennekes AbstractMennekes-template en wijs het juiste unit-ID en het IP-adres van de laadpaal toe.
Verifieer de verbinding door register 1000 (ems_current_limit) te bekijken in de live registerweergave van het portal. Een waarde die niet nul is of verandert bevestigt dat de laadpaal correct antwoordt.
Veelvoorkomende aandachtspunten
Register 1000 geeft altijd nul terug. Hoe komt dat?
Een nulwaarde op register 1000 betekent meestal dat er nog geen EMS-stroomlimiet is ingesteld, of dat de laadpaal niet in EMS-modus staat. Controleer of de Modbus-registerSet in de laadpaalinstellingen op het juiste profiel is gezet en of de EMS-besturingsmodus actief is. Sommige modellen vereisen dat de registerSet expliciet op het Mennekes-eigen Modbus-profiel wordt ingesteld.
De Modbus TCP-verbinding treedt op time-out, maar de laadpaal is bereikbaar via ping. Wat nu?
Sommige Mennekes AMTRON-modellen staan slechts één gelijktijdige Modbus TCP-client toe. Als een ander systeem (EMS, openHAB of evcc) al verbonden is, wordt de ModbusCloud Gateway geweigerd. Ontkoppel de andere client of controleer of de firmware meerdere verbindingen ondersteunt. Bevestig ook dat de Modbus TCP-server expliciet is ingeschakeld in het webinterface van de laadpaal.
Schrijven naar register 1000 heeft geen effect op het laden. Waarom?
Om de laadstroom via Modbus te regelen, moet de laadpaal in EMS-satellietmodus staan. Dit vereist afhankelijk van het model de juiste DIP-schakelaarstand (DIP 5 op rij S1) en een periodiek master-heartbeat. Zonder heartbeat valt de laadpaal terug op zijn geconfigureerde standaardstroom. Raadpleeg de modelspecifieke Modbus-documentatie voor het heartbeat-register en het vereiste interval.
Zijn er risico's verbonden aan het schrijven van willekeurige waarden naar register 1000?
Ja. Een stroomlimiet hoger dan de kabel- of groepsbeveiliging toelaat, kan een zekering doen vallen of apparatuur beschadigen. Een waarde van nul schrijven kan een actieve laadsessie onverwacht onderbreken. Blijf altijd binnen het minimale (6 A) en maximale laadstroom voor de installatie. Test wijzigingen met een voertuig aangesloten en houd de status van de laadpaal in de gaten. Overleg met de installateur voordat je geautomatiseerde stroomregeling inzet.
Zelf zien hoe het werkt?














