BRL 100 certificering: bedrijfscertificaat F-gassen uitgelegd (2026)
BRL 100 certificering is het wettelijk verplichte bedrijfscertificaat voor werken met F-gassen. Uitleg over schemabeheer, versie 3.0, het koudtechnisch logboek en hoe Modbus-monitoring de registratie ondersteunt.

BRL 100 certificering is het wettelijk verplichte bedrijfscertificaat dat elke onderneming nodig heeft die installeert, onderhoudt, repareert, lekcontroles uitvoert of ontmantelt aan stationaire koel-, airco- en warmtepompinstallaties met F-gassen. Het certificeert het bedrijf (niet de individuele monteur, dat doet BRL 200) en verplicht je tot een aantoonbaar kwaliteitssysteem, waaronder het koudtechnisch logboek waarin je koudemiddel, lekcontroles en reparaties per installatie vastlegt. Wie dat logboek digitaal en met continue meetdata voedt, staat bij een audit of ILT-inspectie sterker. Bijgewerkt: juli 2026.
Deze gids legt uit wat BRL 100 precies is, voor wie het verplicht is, hoe het verschilt van BRL 200, wat er verandert met de nieuwe BRL 100 versie 3.0, en hoe het koudtechnisch logboek samenhangt met de lekcontroleplicht uit de F-gassenverordening. Aan het eind lees je hoe continue Modbus-monitoring die registratie ondersteunt, zonder de wettelijke lekcontrole te vervangen.
Wat is BRL 100 certificering?
BRL 100 (voluit Beoordelingsrichtlijn 100) is het bedrijfscertificaat voor werken met F-gassen, wettelijk verplicht in Nederland sinds 1 december 2015. Het verving toen het STEK-bedrijfscertificaat als wettelijke basis voor het werken met gefluoreerde broeikasgassen. Een bedrijf toont met BRL 100 aan dat het over een gedocumenteerd kwaliteitssysteem, geschikt gereedschap en een sluitende koudemiddelregistratie beschikt (bron: ondernemersplein.overheid.nl).
Het schema wordt beheerd door Rijkswaterstaat (RWS). De toetsing gebeurt niet door RWS zelf, maar door geaccrediteerde certificerende instellingen zoals Kiwa, DEKRA, SGS en de ECH-groep. Zij voeren de audit uit en geven het certificaat af. Gecertificeerde bedrijven staan geregistreerd in het Centraal Register Techniek (CRT), dat via het Informatiepunt Leefomgeving (IPLO) raadpleegbaar is. Het toezicht op de naleving ligt bij de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT), samen met de regionale omgevingsdiensten (bron: ilent.nl).
Voor wie is BRL 100 verplicht?
De verplichting geldt voor elk bedrijf dat werkt aan stationaire koel-, klimaat- en warmtepompinstallaties met F-gassen, ongeacht de grootte. Ook een zzp'er die zelfstandig F-gaswerk uitvoert, heeft een BRL 100-bedrijfscertificaat nodig. Het gaat om installatie, onderhoud, reparatie, lekcontrole en ontmanteling, precies de handelingen waarbij koudemiddel kan vrijkomen (bron: ILT, ondernemersplein.overheid.nl).
Het bedrijfscertificaat staat niet op zichzelf. Een BRL 100-bedrijf mag het werk uitsluitend laten uitvoeren door monteurs met een geldig BRL 200-persoonscertificaat. Zo grijpen de twee schema's in elkaar: het bedrijf borgt de organisatie, de monteur borgt de vakbekwaamheid. Wie een van beide mist, mag het F-gaswerk juridisch niet uitvoeren.
BRL 100 versus BRL 200: bedrijf en monteur
Het onderscheid tussen beide certificaten is de meest gestelde vraag onder installateurs. BRL 100 certificeert het bedrijf, BRL 200 certificeert de persoon. Een BRL 100-bedrijf moet aantoonbaar BRL 200-gecertificeerde monteurs inzetten voor het feitelijke werk aan de installatie (bron: Techniek Nederland, ILT).
- Kwaliteitssysteem, gereedschap en koudemiddelregistratie
- Getoetst door een certificerende instelling (Kiwa, DEKRA)
- Verplicht om F-gaswerk te mogen uitvoeren
- Vakbekwaamheid van de individuele monteur
- Nodig voor installeren, onderhoud en lekcontrole
- Een BRL 100-bedrijf zet BRL 200-monteurs in
De kern van de bedrijfsaudit is het kwaliteitshandboek: het gedocumenteerde geheel van procedures, werkinstructies, gereedschapsbeheer en koudemiddelregistratie dat de certificerende instelling tijdens de audit toetst (bron: Kiwa). Een consistent en actueel koudtechnisch logboek is daar een centraal onderdeel van. Ontbrekende of onvolledige logboeken zijn een van de meest voorkomende bevindingen bij een audit.
BRL 100 versie 3.0: natuurlijke koudemiddelen en de tijdlijn
De actuele ontwikkeling die elk koeltechnisch bedrijf op de agenda moet hebben, is BRL 100 versie 3.0. Rijkswaterstaat stelde deze versie vast op 5 december 2025. De officiele tekst is beschikbaar via IPLO. De belangrijkste wijziging: de certificatieplicht wordt uitgebreid naar natuurlijke koudemiddelen zoals CO2 (R744), ammoniak (NH3) en koolwaterstoffen (bron: Kiwa, IPLO).
Voor bedrijven die met brandbare of toxische natuurlijke koudemiddelen werken, komen er aparte deelgebieden per koudemiddeltype, plus aanvullende eisen rond risico-inventarisatie en explosieveiligheid voor brandbare koudemiddelen. Ook lichte gekoelde voertuigen komen nadrukkelijker in beeld. De verschuiving volgt de markt: naarmate hoog-GWP F-gassen worden uitgefaseerd, stappen installaties over op natuurlijke koudemiddelen, die andere veiligheids- en vakbekwaamheidseisen kennen.
Voor de meeste bedrijven betekent dit dat de overstap geen aparte actie vergt zolang je binnen de normale hercertificeringscyclus valt. Werk je met of ga je over op natuurlijke koudemiddelen, dan is het verstandig het benodigde deelgebied en de bijbehorende veiligheidsdocumentatie tijdig met je certificerende instelling af te stemmen.
Certificering aanvragen en controleren
De route naar een BRL 100-certificaat verloopt in een aantal duidelijke stappen. De doorlooptijd hangt af van hoe volledig je kwaliteitssysteem al is.
- 1
Kwaliteitssysteem inrichten
Leg procedures, werkinstructies, gereedschapsbeheer en koudemiddelregistratie vast in een kwaliteitshandboek. Zorg dat het koudtechnisch logboek per installatie op orde is.
- 2
Certificerende instelling kiezen
Kies een geaccrediteerde instelling zoals Kiwa, DEKRA, SGS of ECH-groep en vraag de audit aan.
- 3
Audit doorlopen
De instelling toetst het kwaliteitssysteem en de praktijk. Bevindingen los je op voordat het certificaat wordt afgegeven.
- 4
Registratie in het CRT
Na afgifte staat je bedrijf in het Centraal Register Techniek. Via InstallQ loopt een jaarlijkse schemabijdrage per certificaat.
- 5
Onderhoud en hercertificering
Periodieke audits houden het certificaat geldig. Een consistent logboek is bij elke controle een terugkerend aandachtspunt.
Wil je nagaan of een bedrijf daadwerkelijk gecertificeerd is, dan raadpleeg je het Centraal Register Techniek (CRT) via IPLO. Daar staan zowel de BRL 100-bedrijven als de BRL 200-personen. Voor opdrachtgevers en samenwerkende partijen is dat de betrouwbare bron, niet een certificaatlogo op een website.
Het koudtechnisch logboek: drempels en bewaartermijn
Het koudtechnisch logboek is de verplichte administratie per installatie waarin je het koudemiddel en alle handelingen eromheen vastlegt. De logboekplicht geldt vanaf 5 ton CO2-equivalent (bij hermetisch gesloten systemen vanaf 10 ton CO2-equivalent). Sinds 1 januari 2017 wordt de drempel uitgedrukt in CO2-equivalent in plaats van in kilogram, waarbij het CO2-equivalent gelijk is aan de vulling in kilogram vermenigvuldigd met de GWP-waarde van het koudemiddel (bron: NVKL).
In het logboek registreer je onder meer het koudemiddeltype en de hoeveelheid (in kg en ton CO2-equivalent), de uitgevoerde lekcontroles en het resultaat, bijgevulde en teruggewonnen hoeveelheden koudemiddel, uitgevoerde reparaties en interventies, en de gegevens van de gecertificeerde uitvoerder. De bewaartermijn is vijf jaar, en die geldt zowel voor de eigenaar of exploitant als voor de installateur. Digitaal bijhouden is toegestaan (bron: NVKL). De precieze velddefinitie sluit aan op de F-gassenverordening EU 2024/573.
Voor de bredere samenhang tussen registratie, monitoring en compliance is onze pillar over koeltechniek monitoring en F-gassen compliance een goed startpunt, en de specifieke logboekvelden werk ik verder uit in F-gassenverordening digitaal logboek.
De F-gassenverordening en de lekcontroleplicht
De logboekplicht staat niet los van de lekcontroleplicht. Beide komen voort uit de F-gassenverordening EU 2024/573, die sinds 11 maart 2024 in alle lidstaten van kracht is en de oude verordening 517/2014 opvolgt (bron: EUR-Lex, NVKL). Wat er precies verandert voor de koeltechniek lees je in F-gassenverordening 2024/573.
Artikel 5 van de verordening koppelt de frequentie van de verplichte lekcontrole aan het CO2-equivalent van de installatie: vanaf 5 ton jaarlijks, vanaf 50 ton halfjaarlijks, en vanaf 500 ton is een vast lekdetectiesysteem verplicht. Is er een vast lekdetectiesysteem aanwezig, dan mogen de controle-intervallen worden verdubbeld.
De verdubbeling van de intervallen geldt alleen als het lekdetectiesysteem permanent geinstalleerd is en de meetwaarden worden vastgelegd. Een tijdelijke sniffer bij een servicebeurt telt hiervoor niet mee. En let op: het verdubbelen van intervallen is een wettelijke keuze die aan een goedgekeurd vast lekdetectiesysteem gekoppeld is, niet iets wat je zelf op basis van eigen monitoring mag doen.
Continue Modbus-monitoring als ondersteuning
Waar de meeste bedrijven stoppen bij "je moet registreren", zit de winst juist in het automatiseren van die registratie. Vrijwel elke moderne koelregelaar (Carel, Danfoss, Emerson/Dixell, Bitzer, Wurm, Eliwell) spreekt Modbus RTU of TCP. Wil je weten hoe dat protocol werkt, lees dan wat is Modbus. De ModbusCloud Gateway leest die regelaars uit en registreert temperatuur, druk en lekdetectie continu in een tijdgestempeld digitaal logboek dat je als audit-export ontsluit.
- Aanvoer- en retourtemperatuur uit de koelregelaar (Carel, Danfoss)
- Zuig- en persdruk als vroege indicatie van koudemiddelverlies
- Vaste lekdetectie via Modbus- of potentiaalvrij alarmcontact
Continue monitoring levert tijdgestempeld bewijs rond het logboek en signaleert lekkage vroeg, maar vervangt niet de wettelijke lekcontrole door een BRL 200-gecertificeerd persoon.
Het praktische voordeel is tweeledig. Een geleidelijke drukval op zuig- of persdruk, in combinatie met veranderend gedrag van de installatie, kondigt vaak weken eerder koudemiddelverlies aan dan de eerstvolgende geplande handmatige controle. En bij een audit of ILT-inspectie heb je een herleidbaar, tijdgestempeld dataspoor in plaats van losse aantekeningen. Hoe je zulke drempels en alarmen inricht, staat in Modbus alerts instellen.
Wees hier eerlijk over de grenzen. Continue monitoring ondersteunt de registratie- en alarmplicht en signaleert lekkage vroeg, maar vervangt de wettelijke lekcontrole door een BRL 200-gecertificeerd persoon niet. ModbusCloud is bovendien geen goedgekeurd vast lekdetectiesysteem in de zin van artikel 5, dus je mag de controle-intervallen er niet op verlengen. Zie het als bewijslast en vroegsignalering rond het logboek, niet als vervanging van de verplichte controle.
Veelgestelde vragen
Is BRL 100 verplicht voor zzp'ers?
Ja. Ook een zzp'er die zelfstandig F-gaswerk uitvoert aan stationaire koel-, klimaat- of warmtepompinstallaties heeft een BRL 100-bedrijfscertificaat nodig, plus een geldig BRL 200-persoonscertificaat voor het feitelijke werk aan de installatie.
Wat is het verschil tussen BRL 100 en BRL 200?
BRL 100 certificeert het bedrijf (kwaliteitssysteem, gereedschap, koudemiddelregistratie), BRL 200 certificeert de individuele monteur (vakbekwaamheid). Een BRL 100-bedrijf moet aantoonbaar BRL 200-gecertificeerde monteurs inzetten.
Vanaf welke hoeveelheid koudemiddel moet ik een logboek bijhouden?
Vanaf 5 ton CO2-equivalent, en bij hermetisch gesloten systemen vanaf 10 ton CO2-equivalent. Het CO2-equivalent is de vulling in kilogram vermenigvuldigd met de GWP-waarde van het koudemiddel.
Hoe vaak is een lekcontrole verplicht?
Volgens artikel 5 van EU 2024/573: vanaf 5 ton CO2-equivalent jaarlijks, vanaf 50 ton halfjaarlijks, en vanaf 500 ton is een vast lekdetectiesysteem verplicht. Met een vast lekdetectiesysteem mogen de intervallen worden verdubbeld.
Mag het koudtechnisch logboek digitaal zijn?
Ja, digitaal bijhouden is toegestaan. De gegevens moeten raadpleegbaar blijven en minimaal vijf jaar bewaard worden, zowel door de eigenaar of exploitant als door de installateur.
Vervangt continue monitoring de wettelijke lekcontrole?
Nee. Continue Modbus-monitoring ondersteunt de registratie, levert tijdgestempeld bewijs en signaleert lekkage vroeg, maar vervangt de wettelijke lekcontrole door een BRL 200-gecertificeerd persoon niet. Het is ook geen goedgekeurd vast lekdetectiesysteem, dus je mag er geen controle-intervallen op verlengen.
Hoe controleer ik of een bedrijf BRL 100-gecertificeerd is?
Via het Centraal Register Techniek (CRT), raadpleegbaar via het Informatiepunt Leefomgeving (IPLO). Daar staan zowel de gecertificeerde BRL 100-bedrijven als de BRL 200-personen.
BRL 100 certificering is geen papieren formaliteit maar het bewijs dat je bedrijf F-gaswerk beheerst en dat je koudemiddel per installatie herleidbaar registreert. Met versie 3.0 komt daar de wereld van de natuurlijke koudemiddelen bij, met eigen veiligheids- en vakbekwaamheidseisen. De rode draad blijft het koudtechnisch logboek: hoe consistenter en beter onderbouwd, hoe soepeler de audit en de inspectie verlopen. Continue Modbus-monitoring maakt dat logboek rijker en signaleert lekkage eerder, binnen de eerlijke grens dat de wettelijke lekcontrole door een gecertificeerd persoon blijft staan.
Zie het in actie
Bekijk de live demo van het ModbusCloud portaal met realistische testdata.
Open de demo