Alle onderwerpen
Op deze pagina

Loskoppelen werkt ook als de gateway offline of kapot is. Een vervanger neemt niets over van de oude gateway, dus je richt hem opnieuw in. Hangt de gateway voortaan bij een andere klant van je organisatie, koppel hem dan niet los. Wijzig in dat geval de klant van de gateway, zoals in Klanten beheren.

Wat je nodig hebt

  • De rol Eigenaar om een gateway los te koppelen. De configuratie exporteren kan ook een Beheerder of Technicus.
  • Een groot scherm. Op een telefoon staat het menu met de drie puntjes niet op de gatewaypagina.
  • Voor een vervanger de nieuwe gateway en zijn serienummer van 10 cijfers.

Wat loskoppelen verandert

Loskoppelen doet altijd het volgende:

  • De gateway staat niet meer bij Gateways en hoort niet meer bij een klant.
  • Alle alarmregels van de gateway gaan uit.
  • Alarmen van de gateway die nog niet waren opgelost, worden opgelost.

Bij het loskoppelen vraagt het portaal ook of alle metingen weg moeten. Kies je daarvoor, dan verwijdert het de metingen, de Modbus-apparaten met hun registers en de variabelen van de gateway. Dat is niet terug te draaien. Bewaar je de metingen, dan blijven ze opgeslagen, maar ze verdwijnen met de gateway uit je portaal.

Loskoppelen zegt de jaarlicentie van de gateway niet op. Hoe opzeggen gaat, staat in Opzeggen en je account laten verwijderen.

Configuratie en metingen bewaren

Sla eerst op wat je na het loskoppelen nog wilt hebben. Daarna zie je de gateway en zijn metingen niet meer in het portaal.

  1. Gateway openen

    Open de gateway die je wilt loskoppelen of vervangen.

  2. Menu openen

    Open het menu met de drie puntjes rechtsboven.

  3. Configuratie exporteren

    Kies Exporteer configuratie. De browser slaat een JSON-bestand op met het serienummer van de gateway in de naam.

  4. Menu opnieuw openen

    Open het menu met de drie puntjes opnieuw.

  5. Downloadvenster openen

    Kies Metingen downloaden.

  6. Periode kiezen

    Kies bij Periode de waarde Alles.

  7. Metingen downloaden

    Klik op Downloaden. De browser slaat een CSV-bestand op.

Het JSON-bestand bevat de Modbus-apparaten, de registers en de alarmregels van de gateway. Bij elk Modbus-apparaat staan onder meer slave_id, ip_address, port en poll_interval_ms, het uitleesinterval in milliseconden. Gebruik het bestand als naslag wanneer je een vervanger inricht.

Een CSV-bestand bevat hooguit 500 000 metingen. Zijn er meer, dan krijg je de nieuwste en blijft het venster open met een melding. Hoe je de oudere metingen ophaalt, staat in Metingen downloaden.

Gateway loskoppelen

Het portaal vraagt twee keer om bevestiging. In het tweede venster kies je of de metingen bewaard blijven.

  1. Gateway openen

    Open de gateway die je wilt loskoppelen.

  2. Menu openen

    Open het menu met de drie puntjes rechtsboven.

  3. Loskoppelen kiezen

    Kies Gateway loskoppelen. Een venster vraagt of je de gateway wilt loskoppelen van de organisatie.

  4. Loskoppelen bevestigen

    Klik op Bevestigen. Een tweede venster vraagt of je ook alle meetdata wilt verwijderen.

  5. Metingen bewaren of verwijderen

    Wil je de metingen bewaren, klik dan op Annuleren. Moeten ze weg, klik dan op Bevestigen. De tekst in het venster noemt die knop OK. In beide gevallen koppelt het portaal de gateway los en opent daarna Gateways.

Kapotte gateway vervangen

Een nieuwe gateway begint met een lege historie. De metingen van de oude gateway gaan niet mee.

Valt het defect onder de garantie, vraag dan eerst een RMA-nummer aan, zoals in Garantie en geld terug. Heb je een eenmalige licentie, meld de kapotte gateway dan bij support voordat je een nieuwe bestelt. Die licentie gaat mee naar de nieuwe gateway, zoals De portaallicentie uitlegt.

Laat de oude gateway in het portaal staan tot de nieuwe is ingericht. Zo lees je zijn instellingen af terwijl je de nieuwe instelt.

  1. Oude gegevens bewaren

    Exporteer de configuratie en download de metingen van de oude gateway, met de stappen hierboven onder Configuratie en metingen bewaren.

  2. Gateway omwisselen

    Sluit de nieuwe gateway aan op de draden van de oude, zoals in Gateway aansluiten.

  3. Nieuwe gateway toevoegen

    Voeg de nieuwe gateway toe met zijn serienummer, zoals in Gateway toevoegen. Kies dezelfde klant als bij de oude gateway.

  4. Businstellingen overnemen

    Neem bij Gateway instellingen van de nieuwe gateway de waarden van de oude over onder Modbus RTU-bus en Uitlezen via de SIM. Die waarden staan niet in het JSON-bestand. Hoe je ze instelt, staat in Gateway-instellingen.

  5. Modbus-apparaten toevoegen

    Voeg elk Modbus-apparaat opnieuw toe met Modbus apparaat toevoegen, zoals in Modbus-apparaten toevoegen. Gebruik dezelfde template, hetzelfde slaveadres of IP-adres en hetzelfde uitleesinterval als bij de oude gateway.

  6. Oude gateway loskoppelen

    Koppel de oude gateway los met de stappen hierboven onder Gateway loskoppelen.

De nieuwe gateway krijgt bij het toevoegen de standaardalarmen, zoals Automatische bewaking uitlegt. Al het andere hing aan de oude gateway of aan zijn registers. De tabel laat zien waar je het opnieuw instelt, als de oude gateway het had.

Wat de oude gateway hadWaar je het opnieuw instelt
Eigen alarmregelsAlarmregel aanmaken
Ontvangers van alarmmail voor deze gatewayOntvangers van alarmmail instellen
VariabelenWaarden berekenen met variabelen
Piek- en daltariefPiek- en daltarief per kWh-meter instellen
Aansturen van registersRegisters aansturen
Widgets op dashboardsDashboard aanmaken
Widgets in rapportenRapporten aanmaken en inplannen
Registers in automatiseringenAutomatiseringen aanmaken

Bijgewerkt op 7 oktober 2026

Kom je er niet uit?

Mail of bel ons. Stuur het serienummer van de gateway mee, dan kunnen we direct meekijken.

Naar support