Alle onderwerpen
Op deze pagina

Diagnostics logt op je eigen computer, los van de gateway en het portaal. Een sessie blijft op de computer bewaard tot je hem verwijdert. Verwijder je het Modbus-apparaat uit Diagnostics, dan zie je ook zijn sessies niet meer. De historie van een gateway haal je uit het portaal, zoals in Metingen downloaden.

Wat je nodig hebt

Waarden loggen

Na deze stappen staat er een sessie met alle gelezen waarden onder Sessies. Standaard logt Diagnostics alle leesbare registers van het apparaattype, behalve de instellingen van het Modbus-apparaat.

  1. Modbus-apparaat openen

    Klik links in de zijbalk op het Modbus-apparaat.

  2. Tabblad openen

    Open het tabblad Loggen.

  3. Interval kiezen

    Kies in de keuzelijst hoe vaak Diagnostics leest, van elke 250 ms tot elke 60 s. Standaard staat er elke 1 s.

  4. Selectie openen

    Klik op Aanpassen.

  5. Naam invullen

    Wil je de sessie later herkennen, vul dan in het naamveld een naam in. Laat je het veld leeg, dan heet de sessie Logsessie 1, Logsessie 2 enzovoort.

  6. Registers kiezen

    Vink onder Wat loggen? de registers aan die je wilt loggen. Met Alle en Geen zet je alle vinkjes tegelijk aan of uit.

  7. Alleen veranderingen bewaren

    Wil je bij een lange sessie ruimte besparen, zet dan Alleen loggen bij verandering aan. Diagnostics leest nog steeds op het interval, maar bewaart een waarde alleen als die anders is dan de vorige.

  8. Loggen starten

    Klik op Loggen starten. Bovenaan staat nu Loggen actief, met het aantal metingen, de duur en een live grafiek. De sessie staat met een rode stip onder Sessies.

  9. Loggen stoppen

    Klik op Loggen stoppen. Diagnostics stopt met lezen en de sessie blijft onder Sessies staan.

Het loggen loopt door zolang Diagnostics openstaat, ook als je een ander tabblad of Modbus-apparaat opent. Klik je op Verbreken of verander je de verbindingsinstellingen van het Modbus-apparaat, dan stopt de sessie. Per Modbus-apparaat loopt één sessie tegelijk.

Heeft het Modbus-apparaat geen apparaattype, dan zijn er geen registers om aan te vinken. Na Aanpassen staat dan meteen de tabel onder Geavanceerd. Voeg daar met Register toevoegen zelf registers toe, met naam, type, adres, datatype, byte-volgorde, schaal en eenheid. Hoe Diagnostics het apparaattype bepaalt, staat in Modbus-apparaat herkennen, waarden lezen en schrijven.

Sessie bekijken of verwijderen

Onder Sessies staat elke sessie met naam, starttijd, duur, interval en het aantal metingen. Een Δ achter het interval betekent dat de sessie alleen veranderingen bewaarde.

Klik op het oog in de regel van de sessie (Bekijken) om hem te openen. Je ziet een grafiek en per register de kolommen Metingen, Fouten, Min, Gem., Max en Laatste.

Een sessie verwijder je met de prullenbak (Sessie verwijderen). Zolang de sessie loopt, kan dat niet.

Sessie exporteren

Een sessie sla je op als CSV- of JSON-bestand. De tabel laat zien wat elk formaat oplevert.

KeuzeOpmaakGeschikt voor
CSV voor Nederlandse Excel (puntkomma, komma)Puntkomma tussen de kolommen, decimale kommaExcel met Nederlandse instellingen
CSV (komma, punt)Komma tussen de kolommen, decimale puntExcel met Engelse instellingen en andere software
JSONElke meting apart, met de ruwe registerwaardenEigen scripts en het narekenen van de byte-volgorde
  1. Exportmenu openen

    Klik in de regel van de sessie op het downloadicoon (Exporteren).

  2. Formaat kiezen

    Kies het formaat.

  3. Bestand opslaan

    Sla het bestand op in de map van je keuze. Diagnostics meldt hoeveel rijen het heeft geëxporteerd.

Het CSV-bestand begint met de kolom timestamp, met datum en tijd in de lokale tijd van je computer, tot op de milliseconde. De kolom ts_ms geeft hetzelfde moment als Unix-tijd in milliseconden.

Daarna heeft elk register een eigen kolom, met de eenheid tussen blokhaken, zoals Spanning L1 [V]. De schaal is al toegepast.

Registers uit dezelfde leesronde delen een rij. Bij Alleen loggen bij verandering is een cel leeg als de waarde gelijk bleef. Lukte het lezen van een register niet, dan staat in de cel een # met de foutmelding, zoals #timeout.

Het JSON-bestand bevat onder session de sessie met de gelogde registers en onder samples elke meting apart. Per meting staan daar ook de ruwe registerwoorden in hex, bij raw.

Apparaattype exporteren

Diagnostics zet een apparaattype uit de bibliotheek om naar een bestand voor andere software. Het bestand komt uit de bibliotheek en niet van het aangesloten Modbus-apparaat. In de bibliotheek heet een apparaattype een template.

De tabel laat zien welk formaat bij welke software hoort.

KeuzeWaarvoor
JSON (dit programma)Het apparaattype in Diagnostics op een andere computer inlezen, met het uploadicoon (JSON importeren) in de bibliotheek
Home Assistant YAMLEen modbus:-blok voor de configuratie van Home Assistant
ESPHome YAMLEen ESPHome-configuratie met uart, modbus en modbus_controller
ModbusCloud gateway JSONEen template in het portaal
CSVDe registerlijst met één regel per register, gescheiden door puntkomma's, met het adres vanaf 0 en vanaf 1 geteld
  1. Bibliotheek openen

    Klik links onder in de zijbalk op Bibliotheek.

  2. Apparaattype zoeken

    Vul in het zoekveld merk, model of een trefwoord in. Zoek je een apparaattype dat je zelf hebt gemaakt, zoals bij een handleiding inlezen, kies dan Eigen.

  3. Apparaattype openen

    Klik op het apparaattype in de lijst. Rechts verschijnen de standaardinstellingen en de registers.

  4. Exportmenu openen

    Klik op Exporteer als.

  5. Formaat kiezen

    Kies het formaat.

  6. Bestand opslaan

    Sla het bestand op in de map van je keuze. Diagnostics meldt waar het bestand staat.

Home Assistant- en ESPHome-bestand aanvullen

Het bestand neemt de standaardinstellingen van het apparaattype over, zoals slave-adres, baudrate, pariteit en stopbits. Wat Diagnostics niet weet, zoals het IP-adres of de seriële poort, staat er als voorbeeldwaarde in. Die vervang je zelf.

De tabel laat zien welke regels je controleert of invult.

BestandRegelWat je invult
Home Assistant, Modbus TCPhostHet IP-adres van het Modbus-apparaat in plaats van het voorbeeldadres
Home Assistant, Modbus TCPportDe poort, als die afwijkt van de standaard van het apparaattype
Home Assistant, Modbus RTUportDe seriële poort van je RS485-adapter in plaats van /dev/ttyUSB0
Home AssistantslaveHet slave-adres, als het afwijkt van de standaard. Het staat bij elk register
ESPHometx_pin, rx_pinDe pinnen van je RS485-module in plaats van GPIO17 en GPIO16
ESPHomeaddressHet slave-adres onder modbus_controller

Het Home Assistant-bestand zet scan_interval: 10 bij elke sensor, het ESPHome-bestand update_interval: 10s. Wil je een ander interval, pas die waarde dan aan. Bij een register met byte-volgorde BADC of DCBA zet Diagnostics in het ESPHome-bestand een opmerking dat ESPHome die volgorde niet ondersteunt.

Home Assistant en ESPHome lezen het Modbus-apparaat met dit bestand zelf uit. De gateway en het portaal doen daarbij niet mee. Hoe Home Assistant Modbus uitleest, lees je in de kennisbank bij Home Assistant Modbus-integratie.

Apparaattype als template in het portaal gebruiken

Met ModbusCloud gateway JSON wordt een apparaattype een template in het portaal. Het bestand heeft dezelfde opbouw als een export uit Templates. Lees het in met Import op de pagina van een template en klik daarna op Opslaan, zoals in Eigen template aanmaken.

Adres en verbinding stel je in het portaal in bij het toevoegen van het Modbus-apparaat. De gateway leest de datatypes int16, uint16, int32, uint32 en float32. Controleer na Import en vóór Opslaan het Protocol en het datatype van elk register.

Bijgewerkt op 7 oktober 2026

Kom je er niet uit?

Mail of bel ons. Stuur het serienummer van de gateway mee, dan kunnen we direct meekijken.

Naar support