Alle onderwerpen
Op deze pagina

Elk Modbus-apparaat dat je toevoegt, krijgt in het portaal een naam, een adres en registers. Het portaal stuurt die naar de gateway, en daarna leest de gateway het Modbus-apparaat uit. De registers komen uit een template, of je zet ze er zelf in.

Wat je nodig hebt

Manier van toevoegen kiezen

Het venster Modbus apparaat toevoegen begint met een tegel per manier. De tabel laat zien wat elke tegel doet en wanneer je hem kiest.

TegelWat er gebeurtKies deze tegel als
Automatisch zoekenDe gateway zoekt op zijn RS485-bus en in zijn netwerk naar Modbus-apparaten en stelt per vondst templates voorje niet weet wat er hangt, of de adressen en businstellingen niet kent
BibliotheekJe kiest een template op merk, model of categorie en controleert daarna de naam, het protocol en het adres die het portaal invultje merk, type en adres kent, of de tegel Automatisch zoeken ontbreekt
Eigen templateHet venster sluit en de pagina Templates opent met Template aanmakenhet Modbus-apparaat niet in de bibliotheek staat en je dit type vaker aansluit

De tegel Automatisch zoeken staat er alleen als de gateway meldt dat hij kan zoeken. Een gateway met oudere software meldt dat niet, en in het demo-account ontbreekt de tegel ook.

Staat een Modbus-apparaat niet in de bibliotheek, dan maakt ModbusCloud de template kosteloos zodra de registergegevens er zijn. Wat je tot dan doet, staat in Modbus-apparaat staat niet in de bibliotheek.

Modbus-apparaat toevoegen

Tot en met de keuze van de tegel zijn de stappen voor elke manier gelijk.

  1. Gatewaylijst openen

    Open Gateways in het menu.

  2. Gateway openen

    Klik op de gateway waarop de Modbus-apparaten zijn aangesloten. De gatewaypagina opent op het tabblad Overzicht.

  3. Toevoegen starten

    Klik rechts boven de Modbus-apparaten op Modbus apparaat toevoegen. Het venster met de tegels opent.

  4. Tegel kiezen

    Kies Automatisch zoeken, Bibliotheek of Eigen template.

  5. Route afmaken

    Volg de stappen voor je tegel in Automatisch zoeken, Template uit de bibliotheek kiezen of Eigen template aanmaken. Het Modbus-apparaat staat op de gateway zodra je op Toevoegen klikt.

Een eigen template kies je na het aanmaken via Bibliotheek. Hij staat daar bovenaan onder Jouw templates.

Eerste waarden afwachten

Na Toevoegen slaat het portaal het Modbus-apparaat op, stuurt het de configuratie naar de gateway en meldt het Modbus apparaat toegevoegd. Lukt het sturen niet, dan meldt het portaal dat ook. De configuratie gaat dan mee met de volgende wijziging die je opslaat aan een Modbus-apparaat van deze gateway. Meer daarover staat in Melding bij het toevoegen of opslaan van een Modbus-apparaat.

Het Modbus-apparaat staat nu als kaart op het tabblad Overzicht, met de status Onbekend tot de eerste meting binnen is. Daarna staan de waarden per register op de kaart en wordt de status Reageert.

De gateway leest een nieuw Modbus-apparaat standaard elke 300 seconden (5 minuten) uit. Staat de gateway op 4G, dan leest hij niet vaker uit dan het SIM-interval. Hoe je beide aanpast, staat in Uitleesinterval kiezen. Zijn er na één uitleesinterval nog geen waarden, volg dan Modbus-apparaat geeft geen waarden.

Heeft de gateway al standaardalarmen, dan maakt het portaal ook alarmregels aan voor de registers van de soort Foutcode op het nieuwe Modbus-apparaat. Hoe die bewaking werkt, staat in Automatische bewaking. Of de waarden kloppen, controleer je volgens Controleren en opleveren.

Businstellingen gelden voor de hele RS485-bus

Baudrate, pariteit, stopbits en databits staan per gateway, standaard 9600 8N1. Ze gelden voor elk Modbus RTU-apparaat op de RS485-bus, en elk van die Modbus-apparaten moet zelf op dezelfde instellingen staan.

In het venster Modbus apparaat instellen staan ze bij Seriële bus alleen ter informatie. Je wijzigt ze bij Gateway instellingen onder Modbus RTU-bus, zoals Gateway-instellingen beschrijft.

Vindt automatisch zoeken een Modbus RTU-apparaat op andere businstellingen, dan zet het portaal de bus van de gateway bij Toevoegen op die instellingen. Staan er al andere Modbus RTU-apparaten op de gateway, dan blijft de bus zoals hij is en voegt het portaal het Modbus-apparaat niet toe.

Het slaveadres stel je wel per Modbus-apparaat in, zoals Adres en verbinding van een Modbus-apparaat instellen beschrijft.

Bijgewerkt op 7 oktober 2026

Kom je er niet uit?

Mail of bel ons. Stuur het serienummer van de gateway mee, dan kunnen we direct meekijken.

Naar support