Alle onderwerpen
Op deze pagina

De gateway is master op zijn RS485-bus. Hij vraagt de Modbus-apparaten om de beurt om hun waarden, en alleen het Modbus-apparaat met het gevraagde adres antwoordt. Voeding en netwerk sluit je aan zoals in Gateway aansluiten. Waarom RS485 zo werkt, staat in de cursusles RS485 uitgelegd.

Wat je nodig hebt

  • Afgeschermde kabel met een getwist aderpaar en een derde ader, bijvoorbeeld kabel met twee getwiste paren.
  • Een afsluitweerstand van 120 Ω voor elk uiteinde van de bus zonder ingebouwde afsluitweerstand.
  • De handleiding van elk Modbus-apparaat, voor de klemmen, het adres en de businstelling.
  • Een multimeter om de afsluiting te meten.

Aders aansluiten op de gateway

Het eerste Modbus-apparaat komt met drie aders aan de RS485-connector van de gateway. De connector heeft zes contacten in twee rijen van drie, met de opdruk erboven en eronder. De tabel laat zien welke klem van het Modbus-apparaat op welk contact hoort.

Contact op de gatewayPlaatsKlem op het Modbus-apparaat
D+Bovenste rij, links+, D+ of D1
⏚Bovenste rij, middenGND, COM, 0 of Common
D-Onderste rij, links-, D- of D0
⏚Onderste rij, middenGND, COM, 0 of Common
Zonder opdrukRechter kolomNiet aansluiten

Beide ⏚-contacten zijn signaalmassa, dus één ader is genoeg. Heten de klemmen op het Modbus-apparaat A en B, dan verschilt per merk welke de plus is. Zoek het op in de handleiding. Staat het er niet in, sluit dan A aan op D+ en B op D-.

  1. Plus verbinden

    Verbind D+ van de gateway met de plusklem van het Modbus-apparaat. Gebruik een ader van het getwiste paar.

  2. Min verbinden

    Verbind D- met de minklem, via de andere ader van hetzelfde paar.

  3. Signaalmassa verbinden

    Verbind een ⏚-contact met de massaklem van het Modbus-apparaat, via de derde ader.

De derde ader houdt de gateway en de Modbus-apparaten op dezelfde referentiespanning. Zonder die ader kwam in de praktijk 30 tot 50 % van de antwoorden met een CRC-fout binnen. De afscherming van de kabel telt niet als signaalmassa.

Modbus-apparaten doorlussen

De bus loopt als één lijn van Modbus-apparaat naar Modbus-apparaat. Een ster of een lange aftakking kaatst een deel van het signaal terug. Een korte doorlus op de klemmen van een Modbus-apparaat is goed.

  1. Volgende kabel leggen

    Leg vanaf de klemmen van het eerste Modbus-apparaat een kabel naar het volgende.

  2. Aders doorverbinden

    Verbind plus met plus, min met min en massa met massa.

  3. Lijn afmaken

    Herhaal de twee vorige stappen tot en met het laatste Modbus-apparaat.

  4. Afscherming doorverbinden

    Verbind bij elk Modbus-apparaat de afscherming van de inkomende en de uitgaande kabel.

  5. Afscherming aarden

    Aard de afscherming op één plek, bij voorkeur bij de gateway.

Een afscherming die aan twee kanten aan aarde ligt, maakt een aardlus die storing op de bus zet.

Afsluitweerstanden plaatsen

Op elk van de twee uiteinden van de bus komt een afsluitweerstand van 120 Ω tussen plus en min. Die voorkomt dat het signaal aan het eind van de kabel terugkaatst. Ertussen hoort er geen.

GatewayD+D-SignaalmassaModbus-apparaat 1+−Modbus-apparaat2 (laatste)+−120 Ω120 ΩBegin van de busEinde van de bus
Plus op plus, min op min, massa op massa, en een afsluitweerstand op elk uiteinde. Hier hangt de gateway aan het begin.
  1. Begin afsluiten

    Zet een weerstand van 120 Ω tussen plus en min op het eerste uiteinde. Is dat de gateway, zet hem dan tussen D+ en D-.

  2. Einde afsluiten

    Zet bij het laatste Modbus-apparaat de ingebouwde afsluitweerstand aan, met de schakelaar of jumper uit de handleiding. Heeft het er geen, zet dan een losse weerstand van 120 Ω tussen de plus- en de minklem.

  3. Tussenliggende weerstanden uitzetten

    Zet de ingebouwde afsluitweerstand uit op elk Modbus-apparaat ertussen.

Adressen en businstelling instellen

Elk Modbus-apparaat krijgt een eigen slaveadres van 1 tot 247 en dezelfde businstelling als de gateway. Op één bus passen tot 32 Modbus-apparaten. Twee Modbus-apparaten op hetzelfde adres antwoorden tegelijk, en dan komt van geen van beide een bruikbaar antwoord.

  1. Adres instellen

    Stel op elk Modbus-apparaat een slaveadres in dat nog niet op de bus voorkomt. Modbus-apparaten van hetzelfde type staan uit de fabriek op hetzelfde adres.

  2. Adres noteren

    Schrijf het adres op het Modbus-apparaat. Je vult het later in het portaal in.

  3. Businstelling gelijkzetten

    Zet baudrate, pariteit, stopbits en databits gelijk aan de gateway, standaard 9600 8N1. Doe dat ook bij Modbus-apparaten die er al hingen.

Moet de hele bus op een andere instelling, wijzig dan de gateway bij Gateway instellingen onder Modbus RTU-bus. Dat kan een eigenaar, beheerder of technicus, zoals beschreven in Gateway-instellingen. Het slaveadres vul je bij het toevoegen in, zoals in Adres en verbinding van een Modbus-apparaat instellen.

De gateway moet de enige master op de bus zijn. Leest een gebouwbeheersysteem of PLC dezelfde bus al uit, dan botsen de vragen van de twee masters. Moeten beide systemen hetzelfde Modbus-apparaat uitlezen, dan kan dat alleen via Modbus TCP, als het Modbus-apparaat een netwerkaansluiting heeft.

Bus controleren

De multimeter laat zien of de afsluiting klopt. Het portaal laat zien welk Modbus-apparaat antwoordt.

  1. Spanning uitzetten

    Zet de gateway en alle Modbus-apparaten spanningsloos.

  2. Weerstand meten

    Meet de weerstand tussen D+ en D- op de gateway. Rond 60 Ω klopt. Rond 120 Ω mist er een afsluitweerstand, rond 40 Ω of lager zitten er te veel.

  3. Spanning inschakelen

    Schakel de gateway en de Modbus-apparaten weer in.

  4. Modbus-apparaten toevoegen

    Voeg de Modbus-apparaten toe zoals in Modbus-apparaten toevoegen.

  5. Status bekijken

    Kijk op de gatewaypagina onder Modbus apparaten. Een Modbus-apparaat dat antwoordt, staat op Reageert.

Plus en min omwisselen

Staat op de kaart van een Modbus-apparaat na het uitleesinterval nog Nog nooit data ontvangen, dan zitten plus en min vaak omgedraaid. Omwisselen kan geen kwaad. Antwoordt geen enkel Modbus-apparaat, wissel dan D+ en D- op de gateway. Antwoordt er één niet, wissel dan plus en min bij dat Modbus-apparaat.

Antwoordt het Modbus-apparaat daarna nog niet, kijk dan bij Modbus-apparaat geeft geen waarden. Vallen antwoorden later af en toe weg, kijk dan bij Antwoorden op RS485 vallen weg of zijn verminkt.

Bijgewerkt op 7 oktober 2026

Kom je er niet uit?

Mail of bel ons. Stuur het serienummer van de gateway mee, dan kunnen we direct meekijken.

Naar support